Plaatsingsruimte mest op biologische bedrijven

Wanneer u een biologische veehouder bent, heeft u te maken met de SKAL-normen en de normen vanuit de Meststoffenwet. Vaak kunt u met één berekening volstaan, maar soms moet u twee verschillende berekeningen maken.

 

Plaatsingsruimte

Binnen SKAL is de plaatsingsruimte dierlijke mest maximaal 170 kg stikstof per hectare. Een overschot moet u afzetten bij andere biologische bedrijven. Daarnaast moet u rekenen met de plaatsingsruimte dierlijke mest binnen de Meststoffenwet. Deze is ook 170 kg stikstof per hectare als u geen gebruikmaakt van derogatie.

 

Derogatie

Derogatie is voor de meeste biologische bedrijven niet zinvol. Zij moeten vanuit de SKAL toch voldoen aan de norm van maximaal 170 kg stikstof per hectare. Derogatie kan wel interessant zijn voor biologische bedrijven met natuurgronden.

 

Natuurgronden

Voor de SKAL mag u natuurgronden meetellen voor de plaatsingsruimte. Hierdoor kunt u op uw bedrijf (excl. natuurterrein) derogatie toepassen, en in totaal (incl. natuurterrein) toch voldoen aan de SKAL-norm. Dit is vooral interessant als u minder dan 170 kg stikstof per ha mag gebruiken op het natuurterrein.

 

Productie

Voor graasdieren (m.u.v. melkgeiten) moet u vanaf 1 januari 2017 binnen SKAL rekenen met dezelfde productienormen als in de Meststoffenwet.

 

Staldieren

Bij staldieren is dit anders. Bedrijven met staldieren moeten voor SKAL rekenen met de SKAL-normen en voor de Meststoffenwet rekenen met de stalbalans. De SKAL-normen zijn vaak hoger, waardoor de plaatsingsruimte binnen de SKAL eerder is gelimiteerd. Heeft u staldieren en grond? Maak dan twee berekeningen en bekijk welke als eerste de maximale plaatsingsruimte heeft bereikt.

 

!

Heeft u een biologisch bedrijf? Dan heeft u te maken met de Meststoffenwet en de SKAL. De berekeningen zijn in de meeste gevallen gelijk. Maak in de genoemde situaties twee berekeningen om er zeker van te zijn dat u de plaatsingsruimte niet overschrijdt!