Nieuws

Fosfaatrechten van pachter, soms deel naar verpachter (eerste uitspraak) (23-04-2019)
Bron: | | | 23-04-2019

Onlangs heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een individuele zaak een algemene uitspraak gedaan over de vraag aan wie de fosfaatrechten in geval van een pachtsituatie toebehoren. De fosfaatrechten zijn in beginsel van de pachter. Echter bij langdurige pacht van gebouwen en/of grond kan de verpachter in bepaalde situaties aanspraak maken op de fosfaatrechten. De kans is groot dat tegen deze uitspraak in cassatie wordt gegaan. Daarnaast geeft deze algemene uitspraak nog geen duidelijkheid over allerlei specifieke en individuele situaties.

 

Pacht en fosfaatrechten

In veel pachtovereenkomsten is niets geregeld over de vraag aan wie de fosfaatrechten toekomen aan het einde van de pacht. In deze situaties moet beoordeeld worden of een overeenkomst ook rechtsgevolgen heeft die ‘naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien’ (artikel 6:248 lid 1 BW).

 

Redelijkheid en billijkheid

In de (Meststoffen)wet is hieromtrent geen enkele verplichting opgenomen. Omdat de fosfaatrechten nog maar kort bestaan is ook nog geen ‘gewoonte’ ontstaan. Verder heeft het Hof geoordeeld, dat de rechtspraak t.a.v. melkquota, varkensrechten en betalingsrechten niet zonder meer toegepast kan worden. Hierdoor blijven ‘de eisen van redelijkheid en billijkheid in samenhang met de aard van de pachtovereenkomst’ over waarbij, aldus het Hof, de Meststoffenwet en de tot nu toe geldende rechtspraak wel een rol spelen.

 

Conclusies arrest

Het Hof heeft in haar arrest (ECLI:NL:GHARL:2019:2544) melkveebedrijven met grond en gebouwen als uitgangspunt genomen. Het Hof geeft aan dat de fosfaatrechten in principe van de pachter zijn en dat bij beëindiging van de pacht de fosfaatrechten niet naar de verpachter overgedragen hoeven te worden. Echter indien er sprake is van langdurige pacht van gebouwen en/of grond kan, volgens het Hof, de verpachter, bij beëindiging van de pacht, wel aanspraak maken op de fosfaatrechten. Hiervoor zijn de volgende samenhangende redenen genoemd:

  • De verpachter heeft langdurig gebouwen en/of grond aan de pachter ter beschikking gesteld waarop de pachter zijn bedrijfsvoering heeft kunnen baseren.

  • Die gebouwen en/of grond hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de omvang van de veestapel en daarmee aan de fosfaatrechten die aan de pachter zijn toegekend.

  • De grond en/of gebouwen zijn na het einde van de pachtovereenkomst voor de verpachter potentieel minder goed te exploiteren, indien de pachter deze zonder fosfaatrechten oplevert.

 

Concrete uitwerking

Het Gerechtshof heeft de drie bovengenoemde redenen praktisch vertaald in een aantal criteria. Wanneer een specifieke situatie aan de onderstaande criteria voldoet zou de verpachter aanspraak kunnen maken op (een deel van) de fosfaatrechten:

  • Tussen verpachter en pachter bestond op 2 juli 2015 een reguliere of een geliberaliseerde pachtovereenkomst met een duur van 12 jaar of langer.

  • Het betreft hoevepacht, pacht van minimaal 15 ha grond of pacht van een gebouw dat specifiek is ingericht voor de melkveehouderij en voor de uitoefening daarvan noodzakelijk is.

 

Verdeling grond en gebouwen

De fosfaatrechten worden voor 50% toegerekend aan de gebouwen en 50% aan de grond die de pachter op 2 juli 2015 ten behoeve van het gehouden vee ten dienste stonden. Vervolgens worden de fosfaatrechten naar verhouding toegerekend aan het gepachte.

 

Voorbeeld alleen grond

Volgens bovenstaande voorwaarden zou bij de pacht van alleen grond onderstaande voorbeeld kunnen gelden.

 

Voorbeeld 1

Stel een melkveehouder heeft op 2 juli 2015 een reguliere pachtovereenkomst (> 12 jaar) voor 20 ha landbouwgrond. Het bedrijf had daarnaast op 2 juli 2015 40 ha grond in eigendom. Het bedrijf heeft 7.000 fosfaatrechten toegekend gekregen.

Volgens de uitspraak worden 50% van de fosfaatrechten toebedeeld aan de grond (3.500 fosfaatrechten). Vervolgens worden deze naar rato toegekend aan het gepachte (1/3e deel). Dit zou betekenen dat bij beëindiging van de pacht 1.167 fosfaatrechten (3.500 x 1/3) naar de verpachter overgedragen moeten worden.

 

50% van marktwaarde naar pachter

Het Hof heeft ook geoordeeld dat de verpachter 50% van de marktwaarde van de overgedragen rechten aan de pachter moet vergoeden. Dit komt overeen met de eerdere uitspraken t.a.v. productierechten.

 

Einduitspraak?

Bovenstaande uitspraak is een eerste uitspraak over fosfaatrechten en pacht met op een aantal punten een matige onderbouwing. Dit geldt o.a. voor de verhouding tussen grond en gebouwen, de vergoeding van 50% voor de pachter en de grens van 15 ha langdurige pacht.

 

In cassatie

De Bond van Landpachters en Eigen Grondgebruikers (BLHB) heeft aangegeven dat zij, mede gezien de matige onderbouwing, mogelijk in cassatie gaat tegen deze uitspraak. In dat geval is deze uitspraak geen einduitspraak en biedt deze nog geen volledige zekerheid.

 

In individuele situaties vaak niet toepasbaar

In veel individuele situaties zal men zich niet kunnen vinden in deze algemene uitspraak. Met name de vraag in hoeverre het gepachte heeft bijgedragen aan de omvang van de veestapel zal leiden tot diverse individuele rechtszaken. In de praktijk komt het namelijk veelvuldig voor de pachter zelf bijv. die de stal heeft uitgebreid, grond heeft aangekocht of (kortlopend) heeft gepacht en op basis daarvan meer dieren is gaan houden. Vaak heeft de pachter zelf bijv. geïnvesteerd in melkquotum en daarmee de veestapel uitgebreid. In deze situaties is het de vraag in welke mate de gepachte bedrijfsmiddelen hebben bijgedragen aan de (totale) omvang van de veestapel op 2 juli 2015.

 

Nu afspraken maken?

Op basis van deze uitspraak zouden verpachter en pachter afspraken kunnen maken over de verdeling van de fosfaatrechten (incl. financiële afwikkeling) indien de pacht wordt beëindigd. Gezien de mogelijke cassatie kan ook de afspraak gemaakt worden dat gewacht wordt op een definitieve uitspraak.

Indien gewenst is om nu reeds afspraken vast te leggen, dan is het van belang dat goed gekeken wordt naar de bijdrage van het gepachte op de omvang van de veestapel op 2 juli 2015 en wat de bijdrage is geweest van de pachter (bijvoorbeeld door uitbreiding van de stal, aankoop van melkquotum en/of extra grond in gebruik).

 

Verkoop fosfaatrechten voor einde pacht

Op basis van deze eerste uitspraak zou geconcludeerd kunnen worden, dat pachters hun fosfaatrechten zouden kunnen verkopen indien de pacht (nog) niet wordt beëindigd. Echter bij beëindiging van de pacht zullen (een deel van) de fosfaatrechten, op basis van deze uitspraak, alsnog geleverd moeten worden. Om deze reden zouden verpachters bezwaar kunnen hebben tegen de verkoop van fosfaatrechten.

 

Overleg

Pachters die (een deel van de) fosfaatrechten willen verkopen, terwijl de pacht nog doorloopt doen er goed aan om eerst na te gaan wat de gevolgen kunnen zijn als in de toekomst de pacht wordt beëindigd. De pachter kan overwegen om in overleg te gaan met de verpachter voordat de fosfaatrechten worden verkocht.

 

Conclusie en advies

Het Hof heeft een algemene uitspraak gedaan, dat waarschijnlijk nog geen einduitspraak is. Daarnaast kan deze uitspraak vaak niet één op één worden door vertaald naar individuele situaties. De verwachting is dat in de toekomst nog diverse rechtszaken tussen pachters en verpachters zullen volgen. Pas daarna zal meer duidelijkheid komen over de aanspraak die een verpachter kan maken op de fosfaatrechten in diverse (specifieke) pachtsituaties en de bijbehorende vergoeding. Van belang is om bij het maken van afspraken hiermee rekening te houden.

terug