Nieuws

Nieuw GLB: Invulling klimaat- en milieumaatregelen (30-11-2018)
Bron: | | | 30-11-2018

In het kader van het nieuwe GLB zijn doelstellingen geformuleerd t.a.v. onder andere klimaat, milieu, biodiversiteit en verduurzaming. Lidstaten moeten zelf invullen op welke manier zij deze doelstellingen willen gaan behalen. Dit moet in een Strategisch plan worden opgenomen dat iedere lidstaat moet opstellen. De maatregelen kunnen op verschillende niveaus worden doorgevoerd. In dit bericht wordt ingegaan hoe de klimaat- en milieumaatregelen in de Nederlandse regelgeving kunnen worden opgenomen. Ook wordt een inschatting gemaakt van mogelijke financiële gevolgen voor o.a. de basisinkomenssteun.

 

Doelstellingen GLB

De Europese Commissie (EC) heeft in de voorstel EU-verordeningen t.a.v. ‘klimaat en milieu’ de volgende doelstelling geformuleerd: ‘Intensiveren van milieuzorg en klimaatactie en bijdragen aan de verwezenlijking van de milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen van de Unie’. Zie ook ons bericht GLB 2021: gevolgen voor rechtstreekse betalingen.

 

Specifieke doelstellingen

Deze algemene doelstelling is onderverdeeld in enkele specifieke doelstellingen:

  • Bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering en tot duurzame energie.

  • Bevorderen van duurzame ontwikkeling en efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht.

  • Bijdragen tot de bescherming van de biodiversiteit, versterken van ecosysteemdiensten en in stand houden van habitats en landschappen.

 

Klimaat- en milieumaatregelen

Zoals in de bovengenoemde specifieke doelstellingen is te lezen gaan de klimaat- en milieudoelstellingen niet alleen over ‘klimaat en milieu’ maar bijvoorbeeld ook over biodiversiteit, verduurzaming en efficiënter omgaan met nutriënten. In dit bericht worden met ‘klimaat en milieu’ ook deze zaken bedoeld.

 

Invulling door lidstaten

Lidstaten kunnen de maatregelen t.a.v. klimaat en milieu op drie niveaus invullen, namelijk via:

  • Basisvoorwaarden voor het ontvangen van de basisinkomenssteun (basispremie, pijler I).

  • Ecoregelingen (pijler I).

  • Agro milieu- en klimaatmaatregelen (o.a. agrarisch natuurbeheer, pijler II).

     

Verplichte en vrijwillige deelname

Voor het ontvangen van de basisinkomenssteun moet een bedrijf verplicht aan bepaalde basisvoorwaarden voldoen. Deelname aan de ecoregelingen en de Agro milieu- en klimaatmaatregelen zijn vrijwillig. Ieder bedrijf heeft bij deze vrijwillige regelingen dus een keuze om bepaalde maatregelen wel of niet op het bedrijf door te voeren. Er wordt dan een vergoeding betaald voor specifieke maatregelen die op het bedrijf worden genomen.

 

Basisvoorwaarden

De verplichte basisvoorwaarden worden ‘conditionaliteit’ genoemd. De voorgestelde Europese voorwaarden t.a.v. conditionaliteit staan vermeld in bijlage III van de voorgestelde EU-verordening 392-2018. In deze bijlage zijn als basisvoorwaarden de huidige randvoorwaarden én vergroeningseisen (in aangepaste vorm) opgenomen.

 

Geen vrijstellingen?

Binnen het huidige GLB kunnen bepaalde bedrijven zijn vrijgesteld van de vergroeningseisen, bijvoorbeeld als het areaal bouwland beperkt is of als het bedrijf meer dan 75% grasland heeft (de laatste vrijstelling is o.a. voor derogatiebedrijven van toepassing). In de voorgestelde EU-verordeningen zijn geen vrijstellingen opgenomen. Op dit moment is nog niet duidelijk of een lidstaat zelf bepaalde vrijstellingen mag doorvoeren.

 

Gevolg

Binnen het nieuwe GLB moet een bedrijf aan méér eisen voldoen om de basisinkomenssteun te kunnen ontvangen. Vooral voor bedrijven die nu een vrijstelling hebben voor de vergroeningseisen kan dit een behoorlijke verzwaring betekenen.

 

Ecoregelingen

De klimaat- en milieumaatregelen in de basisvoorwaarden zijn onvoldoende om aan de EU-doelstellingen t.a.v. klimaat en milieu te voldoen. Dit betekent dat lidstaten meer klimaat- en milieumaatregelen moeten doorvoeren dan in de basisvoorwaarden zijn opgenomen. Deze maatregelen kunnen deels worden opgenomen in ecoregelingen. Bedrijven zijn echter niet verplicht om ecoregelingen toe te passen. Dit heeft tot gevolg dat een lidstaat bedrijven extra moet stimuleren om bepaalde maatregelen door te voeren. Een lidstaat kan dit doen door extra steun te geven voor bepaalde maatregelen binnen de ecoregelingen.

 

Voorbeelden

Enkele voorbeelden van mogelijke maatregelen zijn:

  • Inzet van kruidenrijk grasland.

  • Beperkingen t.a.v. grondbewerkingen.

  • Inzet van landschapselementen.

  • Extra eisen aan bijv. akkerranden en bufferstroken e.d.

  • Aanleg van plas-drasgebieden.

  • Bouwland groen houden in winterperiode (groenbemesters).

  • Verhogen organische stofgehalten van de bodem.

  • Duurzamer nutriëntenbeheer.

  • Verhogen grondwaterstand veenweidegebieden.

  • Toepassen van Kringlooplandbouw.

 

De keuze van de te nemen maatregelen moet nog plaatsvinden. De bovengenoemde opsomming is zeker niet leidend. Daarnaast kunnen nog meer maatregelen worden ingevoerd.

Een deel van de genoemde maatregelen zal per gebied en niet per bedrijf ingezet kunnen worden. Deze maatregelen zullen dan waarschijnlijk gaan vallen onder de Agro milieu- en klimaatmaatregelen (zie hieronder).

 

Agro milieu- en klimaatmaatregelen

Een lidstaat heeft ook de mogelijkheid om een deel van de klimaat- en milieumaatregelen op te nemen in Agro milieu- en klimaatmaatregelen (pijler II). De bedoeling is dat deze maatregelen gebiedsgericht worden ingezet en worden uitgevoerd door samenwerkingsverbanden van boeren met eventueel natuurbeherende organisaties. Dit kunnen nieuwe samenwerkingsverbanden zijn of bestaande samenwerkingsverbanden zoals de collectieven voor het agrarisch natuurbeheer.

 

Voorbeeld

Naast het Agrarisch natuurbeheer zou bijvoorbeeld ook het vernatten van veenweidegebieden binnen samenwerkingsverbanden gestimuleerd kunnen worden.

 

Innovatie en verduurzaming

Klimaat- en milieumaatregelen kunnen ook op individuele bedrijven worden gestimuleerd door subsidies voor innovatieve en duurzame investeringen.

 

Overheveling budget

Indien een lidstaat meer Agro milieu- en klimaatmaatregelen wil stimuleren, dan kan ervoor worden gekozen om budget over te hevelen van pijler I naar pijler II. Dit gaat dan ten koste van het budget voor de basisinkomenssteun en ecoregelingen. Zie het eerder genoemde bericht GLB 2021: gevolgen voor rechtstreekse betalingen.

 

Strategisch plan

Iedere lidstaat moet de te nemen klimaat- en milieumaatregelen opnemen in een ‘Strategisch plan’. Daarbij moet o.a. aangegeven worden wat de bijdrage is van de maatregelen op de EU-doelstellingen. Zie ook het eerdergenoemde bericht.

 

Jaar voor ingangsdatum

Iedere lidstaat moet het Strategisch plan één jaar voordat het nieuwe GLB in werking treedt indienen bij de EC. Dit betekent dat als het nieuwe GLB ingaat per 1 januari 2021, dat het Strategisch plan uiterlijk 1 januari 2020 gereed moet zijn. De kans is echter groot dat het nieuwe GLB (en dus ook het indienen van het Strategisch plan) met één jaar wordt uitgesteld (zie ons bericht GLB 2021: waarschijnlijk uitstel, betalingsrechten t/m 2021). De doelstelling van Nederland is echter om het Strategisch plan eerder klaar te hebben, zodat bedrijven al in een eerder stadium weten welke kant het op gaat en na kunnen denken over de mogelijke invulling op het bedrijf.

 

Financiële gevolgen

Het nieuwe GLB heeft behoorlijke financiële gevolgen voor een individueel bedrijf. Gezien de doelstellingen kan het niet anders dan dat de basisinkomenssteun wordt verlaagd. Middels het toepassen van overige klimaat- en milieumaatregelen kan een bedrijf meer steun ontvangen. Echter niet alle steun leidt tot extra inkomen. Er zullen immers ook kosten gemaakt moeten worden.

 

Minder basisinkomenssteun

Een (groot) deel van het budget voor rechtstreekse betalingen zal moeten gaan naar ecoregelingen en Agro milieu- en klimaatmaatregelen, zodat voldoende bedrijven gestimuleerd worden om de betreffende klimaat- en milieumaatregelen te nemen. Dit betekent dat er minder budget overblijft voor de basisinkomenssteun.

 

Bedrag per hectare

Vanaf het jaar 2019 ontvangt ieder bedrijf per betalingsrecht hetzelfde bedrag, de basis- en vergroeningspremie. In totaal is dit ca. € 380 per ha. Hiervan is echter circa € 265 basispremie (basisinkomenssteun). Gezien de verwachting dat het budget voor basisinkomenssteun zal dalen (nu ca. 68% van het totaal) zal de basisinkomenssteun in het nieuwe GLB naar verwachting duidelijk lager uitkomen dan € 265 per hectare. De exacte hoogte is uiteraard nu nog niet bekend. Om een indruk te krijgen: stel dat binnen het nieuwe GLB 50% van het nieuwe budget voor rechtstreekse betalingen beschikbaar komt voor de basisinkomenssteun, dan zal de waarde per subsidiabele hectare circa € 200 worden.

 

Politieke keuze

De verdeling van het GLB-budget is binnen Nederland ook een politieke keuze. Naast het gegeven dat er meer budget ingezet moet worden voor steun voor gerichte maatregelen, zal de politiek zeker ook het zogenaamde ‘level playing field’ in haar overweging meenemen. Hierbij zal met name gekeken worden naar de keuze van de andere lidstaten. Het is de verwachting dat (een deel van de) andere lidstaten de basisinkomenssteun niet te ver wil laten dalen (verschillende lidstaten willen de basisinkomenssteun zelfs op hetzelfde niveau houden). Door dit gegeven is de verwachting dat de basisinkomenssteun ook niet heel ver zal dalen.

 

Praktisch gevolg

Praktisch gezien zal een lagere inkomenssteun betekenen, dat veel bedrijven fors minder gaan ontvangen, terwijl aan vergelijkbare eisen voldaan zal moeten worden. Bij een te laag bedrag per hectare zullen sommige bedrijven wellicht besluiten om af te zien van het aanvragen van de basisinkomenssteun, waardoor de doelstellingen van Nederland in gevaar kunnen komen. Dit gegeven zal er ook voor zorgen dat Nederland de basisinkomenssteun niet te ver zal laten dalen.

 

Meer steun vrijwillige maatregelen

Een bedrijf kan, naast de basisinkomenssteun, meer steun ontvangen als (vrijwillige) ecoregelingen of Agro milieu- en klimaatmaatregelen worden toegepast. Echter deze bovenwettelijke maatregelen zullen ook extra kosten met zich meebrengen. Of de extra steun ook extra inkomen met zich meebrengt, is afhankelijk van de hoogte van de steun t.o.v. de extra kosten. Een ‘extra bonus’ is hierbij dus van belang.

 

Rekening houden met saldo teelt

Als een bepaalde maatregel wordt toegepast die ten koste gaat van de oppervlakte landbouwgrond (bijvoorbeeld het aanleggen van een akkerrand of landschapselementen), dan moet ook nog rekening worden gehouden met het saldo van de teelt die niet meer plaats kan vinden.

 

Stimulans overheid van belang

Het is voor de lidstaat van belang dat een behoorlijk percentage van de bedrijven (een deel van) de ecoregelingen of Agro milieu- en klimaatmaatregelen toepast. Anders kan de lidstaat niet aan de EU-doelstellingen t.a.v. klimaat en milieu voldoen. Een lidstaat zal deze maatregelen dus moeten stimuleren door het verstrekken van een extra bonus (steun) per maatregel.

 

In totaal minder inkomen

Het nieuwe GLB-budget is volgens de voorstellen wat lager dan het huidige GLB-budget. Er is dus minder steun te verdelen. Daarnaast zal een (groot) gedeelte van het budget bestemd zijn voor ecoregelingen en Agro milieu- en klimaatmaatregelen. Om deze steun te kunnen ontvangen, zullen bedrijven extra kosten moeten maken. Binnen het nieuwe GLB zal daardoor in totaal minder inkomen uit GLB-steun kunnen worden gehaald dan nu het geval is. Bepaalde bedrijven kunnen er beter van worden, maar daartegenover zijn er ook bedrijven waar dit zeker niet het geval zal zijn.

 

Conclusies

De basisinkomenssteun zal vrijwel zeker worden verlaagd, terwijl de basisvoorwaarden vergelijkbaar zijn met de huidige randvoorwaarden en vergroeningseisen. T.o.v. de huidige basis- en vergroeningspremie zal de daling fors zijn.

Een bedrijf kan extra steun ontvangen bij het toepassen van ecoregelingen en/of Agro milieu- en klimaatmaatregelen. Deze extra steun zal in ieder geval de extra kosten moeten dekken en, afhankelijk van de maatregel, een eventueel saldoverlies door het niet kunnen telen van een gewas. Om het nemen van deze vrijwillige maatregelen te stimuleren, zal de overheid een extra bonus in het steunbedrag van betreffende maatregelen moeten opnemen.

Of een bedrijf een vrijwillige maatregel toepast zal afhankelijk zijn van de mogelijkheden op het bedrijf, het inkomenseffect en de eventuele teelttechnische voordelen. Daarnaast kunnen uiteraard ook ‘maatschappelijke en/of persoonlijke overwegingen’ meespelen.

terug