Nieuws

Voorwaarden aanwenden plantenresten (themabericht) (23-05-2019)
Bron: | | | 23-05-2019

Plantenresten mogen alleen onder voorwaarden op (landbouw)grond worden aangewend. Bermmaaisel en land- en bosbouwmateriaal moeten op dezelfde plaats, een aangrenzend perceel of, indien niet mogelijk, op een ander geschikt perceel binnen een straal van 5 kilometer worden aangewend. Heideplagsel en -maaisel mogen alleen worden gebruikt in het natuurgebied of op een perceel dat maximaal 5 kilometer van de rand van het natuurgebied ligt.

 

Vrijstelling

Het aanwenden van plantenresten op (landbouw)grond is in principe niet toegestaan. De plantenresten moeten als afvalstof naar bijvoorbeeld een composteerbedrijf worden afgevoerd. Voor bepaalde plantenresten geldt echter een vrijstelling. Deze mogen onder voorwaarden op (landbouw)grond worden aangewend. De plantenresten die hiervoor in aanmerking komen zijn:

  • Bermmaaisel.

  • Land- en bosbouwmateriaal.

  • Heideplagsel en -maaisel.

 

Het betreft plantenresten die hoofdzakelijk bestaan uit plantaardig materiaal. Dit betekent dat een geringe ‘vervuiling’ met grond is toegestaan.

De voorwaarden waaronder de bovenstaande materialen mogen worden aangewend zijn in hoofdlijnen gelijk aan elkaar.

 

Aanwenden bermmaaisel

Bermmaaisel is natuurlijk (grasachtig) materiaal dat vrijkomt bij het maaien van wegbermen, watergangen en waterkeringen.

 

Waar aanwenden?

Bermmaaisel mag aangewend worden op:

  1. De plaats of het perceel waar het maaisel is vrijgekomen.

  2. Een aangrenzend perceel.

  3. Een ander perceel binnen een straal van 5 km. Deze laatste optie is alleen toegestaan wanneer de plaats zelf of het aangrenzende perceel niet geschikt is.

 

Aangrenzend perceel

Een aangrenzend perceel grenst aan de plaats waar het materiaal is vrijgekomen of ligt binnen een afstand van 100 meter van de plaats waar het materiaal is vrijgekomen.

 

Aanwenden land- en bosbouwmateriaal

Land- en bosbouwmateriaal is plantaardig materiaal afkomstig uit de land- en bosbouw. Het gaat om bijvoorbeeld voerresten, ongeschikte voerkuilen, oogstrestanten of uitgezeefd materiaal bij het sorteren van bijv. bloembollen of aardappels.

 

Regels gelijk aan bermmaaisel

De plaats waar land- en bosbouwmateriaal mag worden aangewend is gelijk aan bermmaaisel. Zie hierboven. Wel spelen hierbij een aantal praktische uitvoeringsaspecten.

 

Praktische uitvoering

Met name bij landbouwmateriaal is het niet altijd terug te herleiden waar het materiaal exact vandaan komt. Vaak zijn de resten immers afkomstig van diverse percelen. Praktisch zal dit betekenen dat de restanten evenredig verdeeld moeten worden over de percelen waarvan de restanten afkomstig zijn, de aangrenzende percelen of, indien beide ongeschikt (bijvoorbeeld omdat er reeds een ander gewas wordt geteeld), op een ander perceel binnen een straal van 5 km.

 

Aanwenden heideplagsel en -maaisel

Heideplagsel en -maaisel zijn plaggen en maaisel afkomstig uit een natuurgebied (bijv. Natura 2000-gebied).

 

Waar aanwenden?

Het heideplagsel en -maaisel mag aangewend worden:

  1. Binnen het natuurgebied waar het is vrijgekomen.

  2. Op een perceel buiten het natuurgebied op een afstand van maximaal 5 km vanaf de rand van het natuurgebied. Deze laatste optie is alleen toegestaan wanneer het natuurterrein niet geschikt is (bijvoorbeeld omdat de grond in het natuurgebied verschraalt moet worden).

 

Overige voorwaarden

De bovengenoemde categorieën plantenresten mogen alleen worden aangewend als ook aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan.

 

Schoon en onverdacht

Het materiaal moet ‘schoon en onverdacht’ zijn. Bodemvreemd materiaal mag maximaal 0,5% van het gewicht zijn. Dit betekent dat het materiaal (op het eerste gezicht) geen vervuiling mag bevatten zoals bijvoorbeeld zwerfafval. Het materiaal mag niet verdacht zijn van vervuiling met bijvoorbeeld schimmel(besmetting) of zware metalen. Daarnaast mag het geen gevaarlijke eigenschappen bezitten zoals opgenomen in bijlage III van de ‘Kaderrichtlijn afvalstoffen’.

 

Maximale hoeveelheid

De aan te wenden hoeveelheid plantenresten moet in verhouding staan met de ‘goede landbouwpraktijk’ en in evenwichtige verhouding staan met de oppervlakte van het perceel.

 

Bermmaaisel

De hoeveelheid bermmaaisel dat mag worden aangewend, is niet meer dan de hoeveelheid dat afkomstig is (of is te verwachten) van de aangrenzende bermen en/of slootkanten.

 

Land- en bosbouwmateriaal, heideplagsel en -maaisel

De maximale hoeveelheid land- en bosbouwmateriaal dat wordt aangewend, mag niet groter zijn dan de opbrengstpotentie van een gewas op dat perceel. Bij het aanwenden van heideplagsel en -maaisel moet ook rekening gehouden worden met goed natuurbeheer.

 

Gelijkmatig verspreiden

Het materiaal moet gelijkmatig verspreid worden over het perceel.

 

 

...

terug